
START, Blok S1 - 2. De schaakstukken
Elke speler heeft een koning, een dame, 2 torens, 2 lopers, 2 paarden en 8 pionnen.
Samen 16 stuks. De ene speler heeft lichtgekleurde (witte) stukken de andere speler
heeft donkergekleurde (zwarte) stukken.

De spelers doen om de beurt een zet door een stuk te verplaatsen.
De witspeler begint. Het gezegde "Wit begint en wint" klopt vaak niet.
Het doel van een partij is het veroveren van de koning van de tegenpartij


Ga naar het volgende hoofstuk: 3A. Een zet noteren